Vesting Stevensweert
Stevensweert ligt samen met Ohé en Laak op het zogenaamde Eiland in
de Maas, tussen de waterlopen van de Maas en de Oude Maas. Door de aanwezigheid
van vruchtbare klei is al in de 13e eeuw sprake van permanente bewoning. Stevensweert
is destijds ontstaan rond een middeleeuws kasteel waarvan nu nog enkele restanten
zichtbaar zijn aan het Jan van Steffeswertplein. Een goed beeld van de ontwikkeling
van Stevensweert door de eeuwen heen krijgt u in het Streekmuseum
Stevensweert/Ohé en Laak.

De geschiedenis als vestingstad begint in 1633, gedurende de Tachtigjarige
Oorlog. Nadat de Spanjaarden in 1632 zijn verdreven uit Limburg, zetten ze een
jaar later de tegenaanval in. Dit leidt tot de bezetting van het strategisch
gunstig gelegen Eiland in de Maas. De Spanjaarden veranderen Stevensweert in
een vestingstad. Bij de bouw van de vestingwerken houden ze rekening met de
uitvinding van het buskruit. Gemetselde muren boden geen afdoende bescherming
tegen de vuurkracht van de kanonnen. Brede dijken van aarde konden de kogels
wel opvangen. Als gevolg hiervan wordt Stevensweert omgeven door aarden wallen,
in tegenstelling tot middeleeuwse vestingsteden als Zons die een stenen stadsmuur
hebben.
Vervolg